Tijdens de afgelopen wintereditie van Dutch Comic Con, kregen we de kans om te spreken met stripartiest Marc Ellerby over het begin van zijn carrière, zijn werk voor diverse comics en het advies dat hij aan beginnend artiesten zou geven.
Je hebt aan veel bekende comics gewerkt, zoals Rick and Morty en The Amazing World of Gumball. Kun je me meenemen naar waar je bent begonnen?
Ja, zeker. Ik teken al sinds ik heel jong was. Ik hield altijd al van tekenen en vooral van cartoons. Maar als kind betekent doen wat je leuk vindt natuurlijk niet automatisch dat je daar later je werk van kunt maken.
Ik was echter behoorlijk koppig en dacht: dit wil ik als beroep doen. Dus ik bleef gewoon tekenen en mijn eigen personages bedenken.
Ik ging naar de universiteit. Dat hoeft niet per se, maar het geeft je wel de vrijheid om te tekenen. In die periode begon ik met het maken van mijn eigen comics, vooral autobiografische verhalen. Daarna ging ik meer onafhankelijke comics maken, zwart-wit, romantiek, slice-of-life. Dat deed ik met uitgeverij Oni Press, voor het boek Love the Way You Love.
Een paar jaar later kreeg Oni Press de licentie voor Rick and Morty. Omdat we al samen hadden gewerkt, vroegen ze of ik die comics wilde tekenen. Daar zei ik natuurlijk volmondig ja op. Dat is nu zo’n tien jaar geleden, dus ik teken al heel lang Rick and Morty.
Je ontwerpt je eigen comics. Werk je liever aan het illustreren of juist aan het ontwerpen en worldbuilding?
Tekenen is voor mij een stuk makkelijker. Dat klinkt voor veel mensen vreemd, want tekenen is natuurlijk veel werk. Je kunt een scène in dertig seconden opschrijven, maar het tekenen ervan kan een hele dag kosten.
Ik geef daarom de voorkeur aan het tekenwerk. Maar ik vind het wel belangrijk om mijn eigen verhalen te kunnen vertellen. Bij grote uitgevers of licenties, zoals Rick and Morty bij Warner Brothers, heb je beperkingen. Dat kan goed én slecht zijn. Het houdt je een beetje binnen de lijntjes, maar er gaat niets boven het bedenken van je eigen personages en werelden.
Teken je nog traditioneel of werk je inmiddels digitaal?
Ik werk nu ongeveer vijf à zes jaar digitaal. Daarvoor tekende ik op A3-papier. Als ik dat oude werk terugzie, vind ik het nog steeds mooi omdat het iets rommeligs en menselijks heeft. Op papier kun je niet zomaar iets ongedaan maken.
Digitaal werken is sneller en praktischer, maar ik merk dat ik te vaak op “undo” druk. Op papier moet je verder, ook als iets niet perfect is. Ik hou van digitaal tekenen, maar ik mis soms die imperfectie en het kleine risico van traditioneel werken.
Rick and Morty heeft erg expressieve en overdreven personages. Hoe vertaal je dat naar je tekenstijl?
Ik probeer de vormen altijd te pushen en te overdrijven. In comics kan dat veel meer dan in animatie, waar personages strak “on model” moeten blijven. In een comic kan ik Rick in elk paneel anders tekenen.
Ik wil niet dat iedereen steeds dezelfde uitdrukking heeft, want dat is saai. Rick is daarin makkelijker dan Morty, omdat Rick meer hoekige en interessante vormen heeft. Morty bestaat eigenlijk alleen uit cirkels. Dat contrast vind ik leuk. Rick is visueel complex, terwijl Morty simpel is maar vaak het meeste gevaar loopt.
Ik zag op je website veel fantasy-comics. Wat trekt je aan in dat genre?
Ik heb geen enorme liefde voor fantasy, maar ik hou wel van de speelsheid. Wat ik minder leuk vind, is dat veel fantasy zich in bossen afspeelt en bomen tekenen vind ik lastig.
Net als sciencefiction biedt fantasy veel vrijheid. Je kunt alles verzinnen. Ik vind de klassieke tropes leuk, zoals krijgers en tovenaars, maar ik haal graag elementen uit verschillende genres.
Heb je een favoriet project waar je aan hebt gewerkt?
Eigenlijk twee. Eén daarvan is Chloe Noonan: Monster Hunter, mijn eigen comic. Chloe is een norse tiener zonder superkrachten die monsters jaagt in haar stad. Het idee kwam voort uit Buffy the Vampire Slayer. Ik vroeg me af, hoe komen die personages eigenlijk steeds zo makkelijk op hun bestemming?
Daarom maakte ik Chloe een normaal persoon die met het openbaar vervoer moet reizen. Het gaat minder over monsters doden en meer over praktische problemen. Dat was een van de leukste projecten om te tekenen.
Daarnaast natuurlijk Rick and Morty, omdat dat mijn leven heeft veranderd. Het gaf me een stabiel inkomen en maakte het mogelijk om fulltime artiest te zijn. Dat neem ik niet licht op.
Was het een grote verandering om aan Rick and Morty te werken?
Ja, vooral door de deadlines. Soms had ik maar vijf weken voor een hele issue, terwijl ik al aan de volgende bezig was. Het was een soort estafette: tekenen, revisies, inkten, en ondertussen alweer verder.
Het was enorm veel werk, maar je leert ook efficiënter werken. Niet elk paneel hoeft een achtergrond te hebben, zolang het verhaal maar duidelijk en boeiend blijft.
Had je inspraak in worldbuilding of schrijven?
Ja, uiteindelijk wel. Ik begon met korte comics die door anderen waren geschreven, maar later mocht ik zelf schrijven en tekenen. Die korte verhalen van vier pagina’s lagen me goed. Dat sluit ook aan bij Britse comics, die vaak bestaan uit korte verhalen.
Recent schreef en tekende ik ook een vierdelige comic, wat veel leerzaam was. Het lastigste was schakelen tussen schrijven en tekenen. Het zijn echt twee verschillende processen.
Heb je advies voor beginners in de comicwereld?
Ja, gewoon tekenen. Het klinkt simpel, maar het is essentieel. Je eerste honderden of duizenden tekeningen zijn oefening. Als je elke dag tekent, leert je hand wat je hoofd al ziet.
Wil je comics maken, dan moet je comics maken. Begin klein. Eén pagina, daarna vier, acht. En vooral, maak ze af. Het hoeft niet perfect te zijn en je hoeft het niet te delen. Teken ook gewoon voor jezelf en heb plezier.
